De fascinerende illusie van Prins Bernhard en de olifanten

gepost door op 18 feb 2012

Het bos is vochtig als ik over het klinkerpad, langs Paleis het Loo, richting de Koninklijke Stallen loop. Ik adem Koninklijke lucht en realiseer me dat het een mooie plek is voor een geheime ontmoeting.

Zou Prins Bernhard daar in dat dichte, door zonlicht gefilterde groen, de ontmoeting gehad hebben die zijn hart sneller deed kloppen? Het ondoorzichtige van het bos doet aan geheimen denken en roept wilde fantasieën op. Ik laat me meeslepen door deze energie, ’t voelt niet onprettig.

De veiling van de olifantencollectie is in de Koninklijke stallen. Daar staan ongeveer 1000 stoelen voor de 1100 mensen die zich hebben ingeschreven.

Uiteindelijk stroomden er 2500 mensen naar de stallen, waarvan er 1500 buiten op elkaar dromden. Zij konden door een half glazen wand ook meebieden.

Ik realiseer me dat het speciale waar ik voor gekomen ben, waarschijnlijk verloren zal gaan in de massa.

Prins Bernhard heb ik tweemaal in mijn leven in levende lijve ontmoet. Eén keer had hij zelfs een paar woorden tegen mij gesproken. Hij zei, terwijl hij met Pieter van Vollenhoven sprak, toen ik hem van dichtbij wilde bekijken en ik dacht hij ziet me toch niet, ineens mij aankijkend: ‘Dag mevrouw’ en lachte mij charmant toe. Ik zei verrast: ‘Dag Hoogheid’ en glimlachte terug.

Op een vreselijke dag kwam de Lockheed affaire. Ik zag de foto van de Prins in de krant toen hem verboden werd om zijn militaire uniform nog langer te dragen.

Ik schreef hem een troostbrief. Na een paar weken kreeg ik post van het Koninklijk Huis. Een eigenhandig geschreven dankbrief, getekend met enkel: Bernhard.

Na zijn heengaan tekende ik het condoleance register en lijstte de ‘echte getekende Bernard’ in.

Nu sta ik hier om deel te nemen aan de veiling van zijn olifanten-verzameling. In de eerste plaats wilde ik er een mooi verhaal over schrijven. En als het mij zou lukken, wilde ik het roze olifantje kopen van rozenkwarts. Prins Bernhard moet het kunstwerkje beslist een keer hebben vastgehouden. Het olifantje had de slurf omhoog en dat brengt geluk.

Maar het verhaal, de emotie van deze dag in kaart brengen, was nummer één. Mijn geschrijf komt alleen tot stand als ik de gebeurtenissen met alle bijbehorende emoties zelf beleef. Volgens mijn lezers is het een dimensie meer. Zij proeven de echtheid.

Ik kijk om mij heen, het is een massagebeuren, een gekte. Zou het bij al die mensen nu om de olifanten gaan of om het Wereld Natuur Fonds of misschien om de echte Bernhard?

Wie is de echte Bernhard?

De vele liefhebbers, van wie of wat dan ook, staan rijen dik voor de stallen. Vaders en moeders met kinderen in buggy’s, ouderen met wandelstokken en in rolstoelen. Groepen prachtig opgemaakte en chic geklede dames, die zich zo elegant bewegen alsof ze les gehad hebben in het Koninklijk Huis.

In het voorbijgaan verbeeld ik me dat één van hen op Prins Bernhard lijkt. ’t Zou kunnen, mijmer ik, haar nastarend.

Ik wist niet dat Nederlanders zo olifantminnend waren.

Wat het ook is, de man die dit teweeg kan brengen, moet geliefd zijn.

Volgens kenners is er nog nooit zo’n grote opkomst voor een veiling in Nederland geweest.

De krokettenkraam doet goed zaken. De koffietent heeft een aanbieding, een kartonnen bekertje koffie voor € 1,50. Schuin daar tegenover in een wat meer Koninklijke kraam een glas champagne voor € 9,50.

In de Koninklijke stallen van Paleis het Loo is een speciaal gedeelte voor de pers gereserveerd. Op de voorste rijen lagen naamkaarten van bedrijven en indrukwekkende zakenlieden, die naar verwachting veel zouden gaan bieden en kopen.

Bij die ingang moest men zich legitimeren en de perskaart laten zien. Ik dacht, wie niet waagt, die niet wint.

Ik stapte naar de persingang en gaf mijn kaartje en zei daarbij dat ik schrijver was en een verhaal wilde schrijven over de olifantenveiling. Hoffelijk werd ik te woord gestaan en ingeschreven. Ik kreeg een persmap met informatie over Bernhard en het Wereld Natuur Fonds. De veilingopbrengst is voor het Borneoproject.

Prins Bernhard, de oprichter van het Wereld Natuur Fonds, heeft zijn verzameling olifanten nagelaten aan zijn dochters. Zij, op hun beurt, hebben deze erfenis afgestaan aan het Wereld Natuur Fonds.

Als ik ook wilde bieden en kopen, moest ik me bij de veilingbalie inschrijven. Er werd mij gewezen op de gereserveerde plaatsen in het persvak.  Natuurlijk schreef ik me in en kreeg een veilingnummer, waar je mee moet zwaaien om te bieden. Mijn uitverkoren roze olifantje had in de catalogus de prijsvermelding van 75 euro als veilinginzet. Het zal vele keren 75 euro hoger worden natuurlijk, maar mijn stapeltje contanten zou zeker toereikend zijn.

Om twee uur werden de pers, radio- en televisiemensen verzocht hun plaatsen in te nemen. De veiling zou om drie uur starten. Ik zag die bui al hangen, er waren veel teveel journalisten voor te weinig stoelen. Dus zat ik er al om kwart voor twee, na een glas Koninklijke champagne te hebben gedronken.

Net daarvoor had ik in het bos m’n eigen meegenomen lunchje verorberd, in het gefilterde zonlicht dat door de beukenbomen scheen, in de Koninklijke oprijlaan.

Ik ving door de bijzondere sfeer weer die energie van geheimzinnigheid. Het inspireerde me, of was het alleen maar dat ik per ongeluk mijn hand ophield? Ik weet het niet, maar het verhaal viel er vanzelf in en al zittend op de speciale gereserveerde persstoel schreef ik twee vellen vol met de luchtigheid van een romanschrijver.

Om mij heen werd er ‘gevochten’ om de stoelen. Ik schreef onverstoorbaar door met m’n appelgroene vulpen met blauwe stippen. Een medewerkster van Paleis het Loo sprak mij aan: ‘Bent u van de Avant Garde, mevrouw?’

‘Nee,’ zei ik, ‘dat is een andere dame, ik schrijf voor een verhalenbundel’.

‘Heeft u de persinformatie ontvangen?’

‘Jazeker,’ ik liet het kaartje van het WNF zien en m’n persmap met Cd-rom.

‘O, geweldig. Als u het verhaal klaar heeft, houden wij ons aanbevolen om het van u te ontvangen’ en zij gaf mij haar kaartje:  PR & Marketing.

Een brede, grote man in een wijde blauwe regenjas, met een Bourgondische uitstraling nam op de stoel voor mij plaats. Ik dacht even, zal dat stoeltje het houden. Eindelijk zat hij goed, maar stond gelijk weer op en legde zijn schoudertas op de zitting met daar bovenop een duur uitziende camera.

‘Mevrouw,’ sprak hij vleiend, ‘wilt u even een oogje op mijn spullen houden?’

‘Bent u verzekerd,’ zei ik ad rem.

‘Ik heb zo’n honger,’ zei hij lachend. ‘Ik ben zo terug, als ik mijn spullen meeneem, ben ik m’n plaats kwijt’. Ik schonk hem een twijfelachtige glimlach.

Hij kwam terug met twee broodjes kroket. ‘Alstublieft, u zult ook wel trek hebben.’

Ik begon even te twijfelen aan mezelf en dacht, zie ik er zo slecht uit dan. Ik legde mijn pen even neer, keek hem in zijn diepbruine ogen en zei: ‘Dat is heel vriendelijk van u, maar dank u wel. Ik heb net geluncht.’

Hij stond midden in het gedrang van duwende en passerende mensen met in elke hand een broodje kroket. De teleurstelling was op z’n gezicht te lezen. Vanwege die trouwe hondenogen zou ik het bijna toch aangepakt hebben. Maar in plaats daarvan nam ik mijn flesje Spa blauw en schroefde de dop er af.

Klokslag drie uur klinkt de stem van veilingmeester in de uitpuilende galerij van de paardenstallen. Het geroezemoes van duizenden stemmen sterft weg.

De veiling start. Het eerste LOT is het keramieken olifantje Babar met een kroontje op de kop. De cataloguswaarde is tussen de 10 en 15 euro. De veilingmeester zweept de bieders op en uiteindelijk met de laatste hamerslag is de prijs 2200 euro.

De aanwezigen applaudisseren, de spanning stijgt, uiteindelijk gaat het ook om het goede doel.

Er zijn nog 999 LOTS te gaan. Veilingmeester Van Maris heeft een heldere, indringende stem.

Hij staat op een origineel houten spreekgestoelte en is te zien op diverse grote filmschermen. Al bij nummer 3 voelt hij de uitbundige sfeer goed aan en zweept de bieders op en speelt ze tegen elkaar uit. Merkbaar is dat het bij de bieders niet alleen om de olifantjes gaat, maar dat emotie ook een rol speelt.

Om de verschillende bieders in deze grote menigte uit elkaar te houden geeft Van Maris ze bijnamen: de gele arm, oranje buiten, de blauwe trui, paraplu, en wuivend geel.

‘Ik zwaai terug,’ roept de veilingmeester, ‘we houden contact, blijf zwaaien.’ Hij prikkelt de twijfelaar met de opmerking: ‘Het is voor de olifanten, dus omhoog met die kaarten.’

Na tweeënhalf uur op m’n persklapstoeltje zeg ik tegen de journalist van het NRC naast mij: ‘Ik ga m’n plaats aan een ander geven, een prettige dag verder.’

Het moment van de waarheid is daar. Het fascinerende van de illusie is zo krachtig dat de werkelijkheid niet tot mij doordringt. Ik loop het middenpad tussen de stoelen door, het voelt als een definitief afscheid. De andere duizenden mensen blijven. Enkelen bieden gigantische bedragen. Zoveel euro’s heb ik niet in reserve.

Net voor de uitgang van de galerij voel ik een hand op mijn schouder. Ik kijk om, het is de krokettenhand.

‘Mevrouw wat jammer, gaat u al weg? Ik wil graag weten waar ik uw geschrijf kan lezen. Mag ik weten waar het over gaat?’

Mijn verbaasde gezicht ontlokt bij hem de reactie: ‘Het gaat vast niet alleen over olifanten.’

‘Kijkt u maar op de site van uitgeverij de Vleermuis, er komt binnenkort weer een nieuwe verhalenbundel uit.’

‘Mag ik het nu van u lezen?’

Ik ontdoe me van zijn hand en met een geheimzinnige blik kijk ik in zijn diepbruine ogen, schud mijn hoofd en zie zijn hoop vervagen.

De roze olifant gaat onder de hamer, terwijl ik nog steeds bij de uitgang sta met de man naast mij. Ik pak mijn kaart met het veilingnummer. Mijn hand trilt, hij ziet het.

‘Wilt u bieden?’

Ik geef geen antwoord.

Ademloos kijk ik naar de afbeelding, op het grote scherm, van het schitterende roze beeld. De slurf vrolijk en gelukkig omhoog.

De veilingmeester jaagt de prijs omhoog, ik beweeg mijn kaart.

Mijn illusie valt in duizend stukjes. De werkelijkheid dringt tot mij door. Mijn verkoren olifant is niet verruilbaar voor het stapeltje bankbiljetten in mijn zak.

Dan klinkt er naast mij een stem.

De man naast mij zwaait met zijn veilingnummer.

‘Ik koop hem voor u,’ fluistert hij schor in mijn oor. Ik ruik zijn adem.

‘Eenmaal andermaal, wie meer dan 1800 euro!’

De hamerslag klinkt.

‘Voor die meneer daar met die blauwe jas, dank u wel.’

De donkerbruine ogen glanzen me toe.

‘Mag ik u een glas champagne aanbieden om een toost uit te brengen op uw olifant?’

‘Mijn olifant,’ stamel ik ongelovig.

‘Ja, ik doe hem u cadeau in ruil voor uw verhaal.’

Ineens gaan al mijn vezels op scherp. Ik herinner me wat voor mij het belangrijkste was vandaag. Mijn verhaal kwam op de eerste plaats. Ik steek mijn hand uit en ik schud de zijne.

‘Mag ik u bedanken voor dat mooie verleidelijke aanbod?’

Hij kijkt mij triomfantelijk aan.

‘Ik kan het alleen niet aannemen.’

De desillusie is groot in zijn ogen. Ik draai me om en verlaat de stallen.

Mijn roze olifantje blijft een plaatje, maar wel een gekregen plaatje want de afbeelding staat op de pers Cd-rom die ik van het WNF heb gekregen. Daarbij als extra afbeelding een indrukwekkende foto van de Prins, oog in oog met een olifant in Afrika. Het blijft een fascinerende man.

Als ik in de Koninklijke oprijlaan onder de beukenbomen langzaam mijn stijve billen weer tot leven laat komen, ervaar ik een energie die me omhoog doet kijken. Heel duidelijk zie ik in het licht door de bladeren het lachende gezicht van Prins Bernhard.

Spontaan glimlach ik terug.

 

De veiling van de olifantenverzameling van Prins Bernhard heeft 379.250 euro opgebracht, terwijl het Veilinghuis Sotheby’s de verzameling had ingeschat op 14.000 euro.

 

 

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

login